“Vlissingen moet ook excuses aanbieden voor slavernijverleden”

Vlissingen moet, in navolging van Middelburg, op 1 juli volgend jaar excuses aanbieden voor haar slavernijverleden. Dat vindt ChristenUnie-raadslid Pieter Jan Mersie. Op 1 juli wordt Keti Koti gevierd, de afschaffing van de slavernij. In 2023 is dat precies 150 jaar geleden.

Mersie heeft vragen gesteld aan het college van B&W over mogelijke excuses. Hij verwijst naar het rapport Het Slavernijvelden van Vlissingen dat vorig jaar in opdracht van B&W werd gepubliceerd. Een van de conclusies uit het rapport: ‘In de tweede helft van de achttiende eeuw was Vlissingen de onbetwiste hoofdstad van de Nederlandse slavenhandel. Tussen 1750 en 1780 vervoerden Vlissingse schepen zo’n 60.000 Afrikanen als slaaf (ter vergelijking: dat was ongeveer zesmaal de toenmalige omvang van de stadsbevolking)’.

Verdeelde gemeenteraad

Voor Mersie is het duidelijk: hier passen alleen maar excuses door het huidige gemeentebestuur. Voor het college van B&W ligt dat echter niet zo eenduidig. Desgevraagd hield burgemeester Bas van den Tillaar zich donderdagavond op de vlakte. “We hebben twintig dagen om de vragen te beantwoorden. Die gaan we goed gebruiken om een antwoord te formuleren.”

De terughoudendheid van Van den Tillaar is begrijpelijk. Hij heeft te maken met een verdeelde gemeenteraad. Om het nog ingewikkelder te maken: ook het college van B&W is verdeeld. Zo is coalitiepartij GroenLinks voor het maken van excuses, maar de VVD tegen.

Ontbrekend bewustzijn

Vragensteller Mersie is in ieder geval van plan om het onderwerp de komende tijd in de belangstelling van zijn collegeraadsleden te houden. “Allereerst wacht ik het antwoord van het college af. Als ik dat onbevredigend vind, dan kom ik daar zeker op terug.”

Mersie vindt sowieso tijd dat de gemeenteraad van Vlissingen eens een diepgravend debat voert over het slavernijverleden van de stad. “Ik schrik wel een beetje van de reactie van sommige raadsleden. Als je het argument hanteert ‘waarom excuses, want wij hebben toch niets verkeerd gedaan?’, dan snap je niet wat er aan de hand is. Natuurlijk hebben degenen die nu leven niets verkeerd gedaan. Maar het gemeentebestuur van Vlissingen was destijds betrokken bij de slavenhandel. Dat je dan nu als gemeente een keer je excuses aanbiedt, lijkt me vanzelfsprekend. Dat doe je dan voor een deel van onze burgers van wie de voorouders hebben geleden onder de slavernij. Dat bewustzijn mis ik bij een deel van de gemeenteraad.”

Naamsverandering

Het CU-raadslid heeft ook vragen gesteld over de namen die veel tot slaafgemaakten van hun Nederlandse ‘eigenaren’ kregen. “Ze hadden vaak alleen een voornaam. Bij de afschaffing van de slavernij kregen ze ook een Nederlandse klinkende achternaam die herinnert aan het slavernijverleden. Ik ken iemand die Huisraad heet, omdat zijn voorouders werden beschouwd als huisraad. Ik vind het heel erg dat deze mensen nog steeds met deze naam door het leven moeten.”

Mersie wil van het college weten of het bereid is om te onderzoeken of ook in Vlissingen mensen met dergelijke namen wonen. Ook wil hij weten of het gemeentebestuur een financiële tegemoetkoming wil geven als deze mensen hun achternaam willen veranderen.

Foto: Pieter Jan Mersie (Omroep Zeeland)